Vertrokken iets voor zonsopkomst ongeveer 07u15. De daglicht periode wordt merkbaar kleiner nu we september beginnen te naderen. Dus dagtrips over de 14u beginnen in donker of eindigen in donker. Om maximum gebruikt te maken van het licht wordt nu vertrokken voor het “officiĆ«le” zonsopkomst” tijdstip. Dan is er reeds voldoende licht om zee en land te onderscheiden.
Alhoewel de meteo een wind 3 tot 4 beloofde, starten we met windkracht nul, gans de voormiddag tot laat in de namiddag zal de wind niet boven windkracht 2 uitgaan. Met ruime wind betekend dit klapperende zeilen, dus de motor gaat spijtig genoeg aan en blijft aan.

Bij de Glenans archipel was voorzien om of te slagen naar Loctudy, maar vermits het weerbericht van morgen, ons wind op kop beloofd, besluit ik door te gaan naar Audierne, daar zijn tenminste nog winkels en restaurants. Het vooruitzicht om Audierne bij laag water binnen te lopen, doet mij aarzelen, maar we zien wel. Dus we varen door naar Audierne.

Bij het keuzepunt naar Audierne of Raz de Sein, besluit ik voor te varen naar Camaret sur mer, alhoewel we Raz de Sein zullen voorbijvaren met veel stroom mee en met de wind dwars hierop. Ik hoop er op dat de wind te zwak is om werkelijke rassen te doen ontstaan. In ieder geval kan ik dan nog steeds terugkeren.

Bij Ras de Sein, is er geen sprake van witte kopjes op het water, laat staan dat er sprake zou zijn van rassen. Na het Ras de Sein, varen we dus op motor verder naar Camaret sur mer.

Ondertussen strijken we het grootzeil dat buiten flaperen op de deining, verder geen nut heeft, ook de fok wordt opgerold. De deining doet de Zwerver vervelend rollen. En op motor, rollen we dus zachtjes de duisternis in.

Vermits het gebied rond Camaret een groot natuurpark is, zijn hier geen gebouwen en weinig lichtpunten. Het water van de kant onderscheiden is onmogelijk, Met een peiling op een kardinaalboei achter ons, en het kompas, kunnen we veilig verder varen mocht de plotter uitvallen. Acher de laatste bocht zien we de de toren van Vauban en het zeemanskerkje Notre Dame de Rocamadour beiden hel verlicht en gemakkelijk te herkennen.

Heel traag varen we verder om een ligplaats te zoeken. In de eerste haven zijn de jachten aan de bezoekerssteiger zo slordig, met grote tussenruimtes afgemeerd, dat er voor Zwerver geen plaatsje overblijft. Dan maar traag verder naar wat ik noem de binnenhaven. Daar zien we een plaatsje net groot genoeg voor Zwerver.

Een zwakke wind over bakboord duwt ons langzaam tegen de steiger, met de motor en de boegschroef moet ik dit duwen enkel een beetje begeleiden. Zwerver past net in de opening, vooraan, 10 cm en achteraan 60 cm. Mijn buren helpen bij het vastmaken van Zwerver, met achter-landvast en voor-landvast en springs die Zwerver zeker niet naar voor of achter laten bewegen. Volgens hen zal het deze nacht hard waaien.

Om 23u20 ligt Zwerver veilig afgemeerd tegen de steiger, na een tocht van 82 nm. Ikzelf ben blij dat ik de twee voorziene tussen havens kon overslaan.

Snel kook ik nog een beetje water om een “geel” noedel gerechtje klaar te maken, want ik rammel van de honger. Daarna duik ik in het vooronder in bed.

Die nacht slaap ik lijk een roos, mij niet van de harde wind bewust die nacht. Mijn achterbuur vertelde mij ‘s morgens dat Zwerver, goed vastlag en de andere jachten voor en achter niet raakte.smiley Bij wijze van dank bood ik hem een lekkere Belgische Stella aan.